dinsdag 6 mei 2014

Boekverslag De Engelenmaker


Stefan Brijs – De Engelenmaker

Algemene informatie


Dit is het boekverslag over ‘De Engelenmaker’ gemaakt door Eva Metz, Paulien Lous en Aimée van Zelm. ‘De Engelenmaker’ is geschreven door Stefan Brijs. Stefan Brijs is geboren op 29 december 1969. In 1990 begon hij als onderwijzer aan een middelbare school. In 1997 is Stefan Brijs begonnen met schrijven en in 1999 schrijft hij romans en recensies. Bekende werken van hem zijn: De verwording, Kruistochten, De vergeethoek, Villa Keetje Tippel, Twee levens, De engelenmaker, Korrels in Gods grote zandbak en Post voor mevrouw Bromley. Stefan Brijs is nu nog bezig met andere projecten. Belangrijke thema’s uit het boek zijn het christelijke geloof, goed en kwaad ende wetenschap.

Vragen


1.   Victor Hoppe heeft nogal wat afwijkingen: “God heeft bij hem nog wat fouten laten zitten.” Naast een hazenlip heeft hij ook het syndroom van Asperger.

a.   Zijn hazenlip werkt zeker in zijn jeugd belemmerend. Zijn moeder wil hem niet omdat hij dit heeft. (Tevens moet hij naar een gesticht. Dit was helemaal niet nodig omdat hij zelfs heel erg slim was, maar ze geloofden dat de duivel in hem zat).

b.   Het effect hiervan is dat hij heel erg slim is hierdoor maar dat hij sociaal niet zo sterk is. Hij wordt door zijn moeder in een gesticht geplaatst omdat zij gelooft dat hij is bezeten van de duivel. Hier wordt hij als een imbeciel bestempeld omdat het heel erg lang duurt voordat hij zijn eerste woorden zegt. Door het doorbrengen in het gesticht creëert hij een eigen beeld van het geloof (hij kon al vroeg de Bijbel lezen). Dit wordt niet geaccepteerd. Door alle tegenslagen past zijn persoonlijkheid zich niet tot slecht aan maar hij redt het uiteindelijk toch tot het Gymnasium waar hij geneeskunde gaat studeren.

2.   Het Aspergersyndroom heeft ook effect op Victor's onderscheidingsvermogen van goed en kwaad.

a.   Het syndroom van Asperge is een ontwikkelingsstoornis. Vaak kun je deze herkennen door sociale beperkingen en je merkt dat deze mensen geen interesse hebben in anderen. Ook hebben ze vaak moeite om te gaan met emoties en ze missen inlevingsvermogen: het is een vorm van autisme. Victor heeft dit syndroom. Vanwege dit syndroom kan hij niet goed zien en voelen wat goed is en wat slecht is, want dat snappen ze niet. Hiervoor heb je namelijk inlevingsvermogen nodig. Het effect hiervan is, is dat hij dingen doet bij mensen die eigenlijk niet mogen en naar onze mening bijna onmenselijk zijn (wat het gevolg is van geen emoties herkennen en geen inlevingsvermogen hebben)

b.   Toen Victor op zijn vijfde uit huis werd gezet en naar een klooster voor debielen en idioten werd gebracht, ontmoette hij zuster Marthe. Zuster Marthe had niet het idee dat hij een debiel en een idioot was. Integendeel, zuster Marthe had wel een medegevoel met Victor. De invloed van zuster Marthe is best groot. Wat te lezen is in het boek, is dat zij is degene was die hem leerde lezen, schrijven en tekenen. Zo komt ze er ook onder andere achter dat hij best heel slim is.

3.   Van invloed is ook de wijze waarop de broederschool in Eupen Victors Godsbeeld heeft gevormd, of beter gezegd, vervormd. (blz. 245).

a.   In het boek staat letterlijk “God geeft en God neemt, Victor. Onthoud dat.” Wanneer je iets fout had gedaan, dan werd je gestraft door God. God gaf weliswaar leven, maar veroorzaakte ook natuurrampen die levens kostte en steden vernielde. Victor vond dat alles wat God gaf, God net zoveel weer wegnam.

b.   de vader van Isaak is Gunther Weber, degene die is omgekomen is nadat hij werd overreden door een lijnbus. Door de broeders kan Victor minder goed onderscheid maken tussen wat goed is en wat fout is. Victor ziet alles in zwart-wit en kan het grijze niet zien. Hij ziet dus alleen of goed of kwaad, daardoor ziet hij alleen dat God straft.

4.   Jezus, de Zoon, vertegenwoordigt voor Victor het goede en God, de Vader, het kwade. Victor trekt deze conclusie uit tweeërlei ervaringen.

a.   1. In het klooster leert hij dat God slecht is

2. Zijn vader. De vader van Victor was zijn schepper. Hij deed kwaad, net als god. Uiteindelijk heeft zijn vader hem ook nog eens in de steek gelaten, net als wat God deed met Jezus.

b.   1. De vader van Isaak Weber is Gunther Weber, die is omgekomen nadat hij was overreden door een lijnbus.

5.   Victor bijt zich vast in zijn voornemen “leven te maken”. Gedreven door een enorme ambitie, experimenteerlust en gevoed door het goede te willen doen, zet hij zich aan het klonen. Eerst de muizen, daarna de mens, hijzelf en drie evenbeelden. Maar de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet: Victor maakt een fout.

a.   Wetenschappers en ethici hebben ingeprent dat klonen niet menselijk, maar Victor denkt anders. Hij gaat toch klonen. De gevolgen zijn niet al te best, een grote fout.

b.   Victors persoonlijkheid zorgt ervoor dat zijn idee alleen maar wordt versterkt. Hij ziet de fouten er niet van in en hij denkt dat hij het wel allemaal even doet. Deze reactie van Victor is gekoppeld met het syndroom van Asperger. Hij doet het gewoon want hij heeft geen idee van wat voor gevolgen het kan hebben en medeleven en inlevingsvermogen heeft hij al helemaal niet. Hij vindt het alleen maar gek waarom wetenschappers zo denken, want volgens hem kan er niks misgaan.

Recensieopdracht (de recensie van de Volkskrant)


a.   Ten eerste vind de recensente Clara Strijbosch het een boek is dat vol met religie zit. Dit komt onder andere door het feit dat de hoofdpersoon opgroeit in een gesticht en de Bijbel uit zijn hoofd kent. Ze was naar onze mening positief over het boek, dit maken we op uit een positieve zin waarin ze zegt dat het Stefan Brijs is gelukt om een roman te schrijven over het klonen van echte levende wezens. Verder vind ze dat het boek afwisselend door de gebeurtenissen.

b.   Zij ondersteunt haar standpunten met bijvoorbeeld door te zeggen dat het boek verschillende gebeurtenissen heeft, waardoor het een spannende roman wordt. “Het is Stefan Brijs in De engelenmaker gelukt: een spannende roman schrijven over de gevaarlijke en aanlokkelijke mogelijkheden van het scheppen van leven”.

c.   Wat wij bijvoorbeeld heel erg interessant vonden was het deel van het klonen, waar de recensente niet zo veel over zegt. Wat wel overeenkwam was dat we het een goede roman vonden die zeker wel een bepaalde spanning had.

Keuzeopdrachten


Keuzeopdracht 1


a.   Een “gothic novel” is een verhaal waarbij horror, mysterie en soms ook romantiek met elkaar worden “vermengd”. Wat dit boek volgens ons een “gothic novel” maakt, is op de manier waarop verschillende gebeurtenissen worden beschreven. Meestal is er in een horrorfilm ook wel een psychopaat, of in ieder geval iemand die niet helemaal in orde is, aanwezig. Iemand, die net als Victor, dingen zich inbeeldt, aparte dingen geloofd en die taken probeert te verwezenlijken die voor onze wereld onmogelijk zijn.

Als Victor geen syndroom van Asperger had, was het namelijk ook al een stuk minder spannend. Door zijn onverwachte gedrag en zijn manier van denken wordt er een speciale spanning gecreëerd die er anders niet was.

b.   Dit boek kun je onderschikken bij het genre horror, maar trouwe horror lezers zullen dit niet heel erg spannend meer vinden. Anderzijds, dit boek geeft een goed beeld van het doen en laten van Victor. Zijn standpunt over god staat vast en hij probeert de “natuur te beheersen” door te gaan klonen. Echter, dit werkt eigenlijk in zijn tegendeel want het was niet gelukt.

Keuzeopdracht 2


a.   Een goede titel moet aan de volgende eisen voldoen:

1.   Het moet de aandacht van de lezer trekken. Het moet belangstelling trekken, zodat mensen de tekst gaan lezen. Het is namelijk bewezen dat maar 2 op de 10 mensen nadat ze de titel hebben gelezen ook daadwerkelijk de tekst gaan lezen.

2.   De titel moet kort en duidelijk zijn.

3.   De titel moet opvallen en uniek zijn.

b.   De vier titels zijn:

1.   3 identieke zonen.

2.    Goed en Kwaad.

3.   Strijd tegen god.

4.   Schepping naar nieuw leven.

c.   Deze titels passen goed bij het boek omdat:

1.   deze titel past goed bij het boek, omdat dokter Hoppe 3 identieke zonen maakt die hij vernoemt naar de 3 aartsengelen, genaamd Michael, Gabriël en Rafaël. De titel is kort en duidelijk, je kunt er uit opmaken dat het gaat om klonen door het woord ‘identiek’. Hierdoor is de titel ook duidelijk en uniek.

2.   Dit is een goede titel omdat het een belangrijk thema is in het boek. Victor dacht erg zwart-wit, het was of fout of goed, er zat geen middenweg tussen. Sommige mensen dachten dat het de duivel was. Deze titel trekt de aandacht van de lezer, omdat het de lezer laat nadenken wat goed en fout is.

3.   Een belangrijk thema uit het boek is het christelijke geloof, daarom past deze titel ook goed bij het boek. Victor Hoppe maakt 3 identieke personen en dit is tegen het christelijke geloof. bij deze titel moet je iets meer nadenken, maar hij blijft kort en krachtig.

4.   Dit is een goede titel omdat er duidelijk word dat er een nieuw leven word gemaakt, ook al zijn dit 3 dezelfde personen die zijn gemaakt. Deze titel brengt belangstelling, omdat je erover moet nadenken.

Keuzeopdracht 3


1.   2 gedichten die passen bij het boek ‘De Engelenmaker’.

a.   gedicht 1:

Kiezen tussen goed en kwaad


Een keus tussen goed een kwaad

Tussen licht en donker

Aan wie is het

Deze keus te maken…?


Kies je voor jezelf

Kies je voor een ander

Kies je, voor het licht

Of kies je voor het kwaad


Het lot zal over jou beslissen

Maar keuzes maken moet jij doen

Het is aan jou deze keus te maken

Kiezen tussen goed en kwaad…


- schaapii -

b.   gedicht 2:

Een gekloond persoon telt voor twee


Eén persoon

met één gedachten,

kan twee zijn

na een tijdje wachten.


Eén persoon

Twee gedaantes

Een kloon

Twee gedaantes

Eén persoon


Wetenschap en de techniek,

laten de mens niet meer uniek.


- Marilène B. -

2.   wat staat er in de gedichten?

a.   gedicht 1: Dit gedicht gaat over het kiezen tussen goed en kwaad. ‘Goed en kwaad’ is een belangrijk thema uit het boek. Er wordt in dit gedicht verteld dat een keuze maken tussen goed en kwaad niet alleen jijzelf betrekt maar ook de mensen om je heen. Er wordt duidelijk dat je niet altijd voor je zelf moet kiezen, dus dat je ook eens aan een ander denkt. Er wordt gesproken over dat het lot over jou zal beslissen. Het lot kan je zien als god, maar het blijft dat je zelf de keuze moet maken.

b.   gedicht 2: Dit gedicht gaat over klonen, wat erg belangrijk is in dit boek omdat Victor Hoppe 3 identieke zonen maakt, oftewel kloont. Met dit gedicht wordt duidelijk gemaakt dat ieder mens uniek is, maar wanneer iemand eenmaal is gekloond hij of zij eigenlijk zijn identiteit moet delen. Door de techniek wordt het steeds meer mogelijk om mensen na te doen. Wat er dus word gezegd aan het einde van het dicht is dat door de techniek de mens ook minder uniek word. Wat de schrijver waarschijnlijk duidelijk probeert te maken is dat iedereen uniek is en dat moet ook zo blijven, want als mensen te veel op elkaar gaan lijken word het alleen maar saai.

3.   waarom past dit gedicht bij het boek?

a.   gedicht 1: Een belangrijk thema uit het boek is ‘goed of kwaad’ en daar gaat dit gedicht helemaal over. Victor Hoppe ziet het goede en het kwade alleen in zwart-wit. Hij denkt na over God en hij komt tot de conclusie dat God slecht is en Jezus goed. God is slecht omdat hij dingen wegneemt en natuurrampen veroorzaakt. In het boek maakt Victor zelf de keuze om 3 identieke zonen te maken, wat uiteindelijk slecht afloopt. Zijn identieke zonen gaan dood door een fout in hun chromosomen, hij vermoordt de draagmoeder en uiteindelijk kruisigt hij zichzelf. Hij kiest dus voor het kwade ten koste van andere. Het lot had besloten. Kortom dit gedicht past goed bij het boek ‘De Engelenmaker’.

b.   gedicht 2: Een belangrijk thema uit dit boek is ‘de wetenschap’ en dit gedicht gaat over klonen met behulp van de wetenschap, tevens is het onderwerp van het boek ‘klonen’. In het boek is het helemaal niet goed gegaan met het klonen, dit komt ook terug in het gedicht. Namelijk wanneer de schrijver wil overbrengen dat iedereen uniek is en wanneer mensen gekloond worden het leven saai en moeilijk word. Kortom ook dit gedicht past goed bij het boek ‘De Engelenmaker’.

zondag 2 maart 2014

Boekverslag Dubbelspel

Dubbelspel – Frank Martinus Arion


Algemene informatie

Auteur: Frank Martinus Arion
Titel: Dubbelspel
Jaar van uitgifte: 1973
Aantal pagina’s: 393
Thema’s: misdaad en vriendschap
Genre: Psychologisch
Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam

De auteur

De auteur van dit boek is Frank Martinus Arion. Hij is een Nederlands-Antilliaanse schrijven, dichter en taalwetenschapper. Hierdoor maakte hij als het ware ‘reclame’ voor zijn eigen cultuur en taal.

Frank is geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Zijn volledige naam is Frank Efraim Martinus.

Toen Frank twee jaar oud was, verhuisde hij met zijn vader naar Aruba omdat hij daar een baan had gevonden. Later is hij terug gegaan naar de plek waar hij vandaan kwam.

Toen hij 18 jaar was, ging hij naar Nederland met een studiebeurs. Enige jaren later, toen hij zijn gymnasiumdiploma had, ging hij Nederlands studeren in Leiden. Vlak voor zijn doctoraal stopte hij de studie en besloot om weer terug te gaan naar de Nederlandse Antillen. Rond 1970 kwam hij terug naar Nederland om zijn studie af te ronden.

Op de Nederlandse Antillen richtte hij een tijdschrift op. Deze heette Ruku.

Frank was een schrijver die zowel in het Nederlands als in het Papiamento schreef. In 1992 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Frank heeft veel boeken geschreven. Belangrijke boeken daarvan zijn bijvoorbeeld “stemmen uit Afrika”, “Illusion di un anochi”, “Nobele wilden” en natuurlijk “Dubbelspel”, het boek dat ik uitgekozen heb om te lezen.

Het boek dubbelspel werd door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek gebruikt voor een campagne om de bevolking aan het lezen te krijgen. Uiteindelijk werden er 575.000 exemplaren gedrukt.





Een samenvatting

Het verhaal start op zondagochtend op Curaçao. Na een nacht doorzakken komt Boeboe Fiel thuis van een hoerenkamp, waar hij meteen al zijn geld verspild had. Zijn vrouw, Nora, is daar natuurlijk erg boos om want nu is er geen geld meer om nieuwe schoenen te kopen voor hun zoon (de schoenen kosten 15 gulden).

Nadat de vrouw van Manchi, Solema, de zondagssoep klaar heeft gemaakt, gaat ze door naar de kerk. Nadat de dienst erop zat, ging ze naar Janchi. Solema maakt hem wakker en vervolgens gaan ze met elkaar naar bed. Dit gebeurde allemaal zonder dat Manchi ervan afwist. Op hetzelfde moment gaat Nora ook naar de kerk. Onderweg komt ze een doodgraver tegen. Nora heeft heel hard geld nodig en gaat daarom met hem naar bed. Ze krijgt hier tien gulden voor, maar komt nu nog steeds vijf gulden tekort voor de schoenen.

Deze middag komen de vier vrienden Boeboe, Manchi, Janchi en Chamon bijeen om met z’n alle domino te spelen. Ze spreken af dat als de ene partij  10 spelletjes gewonnen heeft en de andere partij minder dan 5 dat er een paar schoenen boven het hoofd van de verloren partij wordt gehangen. De eerste partij bestaat uit Janchi en Chamon en de andere partij bestaat uit Boeboe en Manchi. De vrienden zijn niet helemaal bij het spel met hun gedachten. Boeboe moet de hele tijd denken aan de hoer met wie hij vannacht gelegen had, Manchi is aan het denken over Solema, Janchi denkt ook alleen maar aan Solema en Chamon is met zijn gedachten bij Nora. Vanwege de onoplettenheid van Boeboe staan Janchi en Chamon voor en dus op winnen. Alle mannen worden een beetje pissig en worden chagerijnig. Op een gegeven moment is de score acht tegen nul. Plotseling komen er drie mannen aan die het erg vinden dat Manchi zo erg verliest. Steeds meer mensen komen kijken, uiteindelijk zelfs de paparazzi.

Nora is nog steeds druk met hoe ze aan geld kan komen want aan Chamon heeft ze niets. Ze komt terecht bij Solema en samen gaan ze naar Nora’s huis totdat zij de massa mensen zien in haar tuin. Nora blijft maar rum voor de hoeveelheid mensen inschenken, totdat deze ook op is. Ze laat haar oudste zoon rum halen met het geld dat eigenlijk bedoelt was voor de schoenen. Haar oudste zoon vindt dit natuurlijk belachelijk en besluit maar een halve fles te kopen.

Achteraf heeft ze toch spijt van de gekochte fles rum. Ze laat Chamon voor zich roepen en probeert geld van hem te krijgen. Ze besluiten naar het toilethok te gaan. Boeboe is toch wel nieuwsgierig wat ze aan het doen zijn. Hij besluit om ze af te luisteren. Chamon en Nora krijgen ruzie. Boeboe twijfelt geen moment en besluit om zich ermee te bemoeien. Hij neemt een ijzeren staaf mee waardoor Chamon zich bedreigt voelt en steekt als reactie Boeboe dood. Manchi is op dat moment al op weg naar huis. Iedereen raakt natuurlijk helemaal in paniek. Vanwege de depressieve gedachten van de verliezen schiet Manchi zichzelf door het hoofd wanneer de politie arriveert. Chamon wordt veroordeeld vanwege moord en Janchi is de enige van de vier die het dominospel succesvol heeft ‘overleefd’. Samen met Solema start hij een meubelfabriek en daardoor ontstaan er coöperaties.



Een recensie

Dertig jaar na dato is de Grote Antilliaanse Roman van Arion nog steeds ongeëvenaard. Ook door de schrijver zelf, schrijft Pieter Steinz in zijn stoomcursus literatuur.
Na Madame Bovary, zo verklaarde Frank Martinus Arion negen jaar geleden in Vrij Nederland, moet je niet nóg eens Madame Bovary willen doen. Het was zijn reactie op de onzinnige vraag waarom hij sinds zijn sublieme romandebuut Dubbelspel (1973), het groteske verslag van een partij domino op leven en dood, nooit meer een klassiek meesterwerk had geschreven. De Nederlandse Antilliaan had ook wijlen Joseph Heller kunnen citeren; telkens wanneer die van interviewers te horen kreeg dat hij nooit meer zo'n goed boek als zijn debuut Catch-22 geschreven had, placht hij te antwoorden: ,,Wie wel?'
Toegegeven, de eendimensionale geëngageerde romans die de als dichter gedebuteerde Arion in de afgelopen kwart eeuw publiceerde (Afscheid van de koningin, Nobele wilden en De laatste vrijheid) waren teleurstellend. Maar het feit dat Dubbelspel een geval van literaire single luck is, doet niets af aan de kwaliteit ervan. Bijna dertig jaar na dato is Arions `verhaal van een verbazingwekkend wereldrecord' nog steeds een van de hoogtepunten van de naoorlogse Nederlandstalige literatuur. En Boeboe Fiel, de flierefluitende taxichauffeur die samen met zijn dominopartner wordt vernederd in het spel en in de liefde, is bijgezet in het pantheon van memorabele romanfiguren. Waarmee overigens niets ten nadele is gezegd van de andere personages: de zelfingenomen deurwaarder Manchi, de idealistische Janchi, de stiekem rijke Chamon, en vooral de vrouwen van Boeboe en Manchi, die onder de gruwelijkste vernederingen hun eigenwaarde handhaven en ondertussen het gezinsleven draaiende houden. `Aan vrouwen met moed' luidt dan ook de opdracht die Arion aan zijn roman meegaf.
Dubbelspel, de eerste grote Antilliaanse roman waarin niet een blanke de hoofdrol speelde, werd bij verschijning geprezen als een tragikomisch portret van de Curaçaose samenleving, maar ook als een stilistische krachttoer. Gerrit Komrij, destijds literair criticus bij Vrij Nederland, merkte op dat Dubbelspel was geschreven `in een haast ongelooflijke stijl: het lijkt of het door een goeie, maar niet eigenwijze vertaler is vertaald', en was voor de verandering eens niet ironisch. Het boek werd bekroond met de Van der Hoogt-prijs, beleefde vorige week een achttiende druk, en haalde een paar jaar geleden in een Engelse vertaling de prestigieuze `Caribbean Series' van uitgeverij Faber & Faber.
Vooral dat laatste moet Arion plezier hebben gedaan. Hoewel hij Nederlands in Leiden studeerde, heeft hij altijd gezegd dat zijn literaire wortels in de Caraïbische en Zuid-Amerikaanse traditie liggen. Niet alleen invloeden van Antilliaanse auteurs als Cola Debrot, Boeli van Leeuwen en Tip Marugg zijn in zijn werk terug te vinden, maar ook het magisch realisme dat we inmiddels zo goed kennen uit de romans van Alejo Carpentier, Jorge Amado en Gabriel García Márquez. In Nederland mochten sommigen in 1973 nog verbaasd opkijken bij de exotiek van een mythisch potje domino dat uitloopt op moord en zelfmoord, in het Caraïbisch gebied was men aan het `wonderbaarlijk werkelijke' allang gewend.


Mijn mening

Mijn eerste indruk van dit boek was erg goed. De omslag van het boek sprak mij aan en ook de titel klonk niet verkeerd.

In het begin had ik eerlijk gezegd wel een beetje moeite met het lezen van dit boek. Je krijgt te maken met zes verschillende karakters en daarom vond ik het lastig om steeds ‘over te stappen’ van personage.

De personages werden uitgebreid toegelicht en tijdens het lezen krijg je veel te weten over de cultuur in Curaçao. Door het zo goed in detail vertellen en beschrijven leer je de personages en de cultuur echt kennen. 

Wat mij vooral verraste, was het einde. Ik had totaal niet verwacht dat het zo zou eindigen. Aan de ene kant maakt dat het boek juist uniek, maar aan de andere kant vind ik het wel een beetje een slap einde, alsof het even snel afgeschreven moest worden en dat het niet veel aandacht heeft gekregen.   

Naar mijn mening is het enige nadeel van dit boek dat sommige situaties wel erg lang werden beschreven, waardoor het een beetje saai werd. Verder vond ik het een goed geschreven boek met veel onverwachte momenten. Wat nog een groot pluspunt is, is dat er niet veel moeilijke woorden in voor komen en zo is het voor iedereen leesbaar!

Ik ben erachter gekomen dat Frank Martinus Arion een mooie manier van schrijven heeft en ik ga zeker nog wel een boek van hem lezen. Het is een goed boek, mooi geschreven en daarom raad ik het ook iedereen aan om te lezen! 



Extra opdrachten



Extra opdracht 1

Een omschrijving van het begrip “empathisch vermogen”

Empathisch vermogen betekend dat je je goed kunt inleven in gebeurtenissen en dat je anderen kunt aanvoelen.


Extra opdracht 2

Bij deze opdracht moest je onderzoeken of je je beter kon inleven als je vaker literatuur leest. Er zijn een aantal stellingen waarbij je moet zeggen of ze kloppen of niet. Wanneer deze kloppen of juist niet, moest je de zin die in de tekst staat erbij vermelden.

Stelling

1.   Door het lezen van verhalen kunnen mensen zich beter inleven in anderen
o   Ja. In de tekst wordt het volgende gezegd: Door het lezen van romans en poëzie kunnen mensen zich beter inleven in anderen. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science.

2.   Door het lezen van gedichten kunnen mensen zich beter inleven in anderen
o   Ja. Door het lezen van romans en poëzie kunnen mensen zich beter inleven in anderen

3.   Dat mensen zich beter in anderen kunnen inleven, kun je zien aan hun gezicht.
o   Nee. In de tekst staat wel dat ze hoger scoorden door testen met gezichtsuitdrukkingen, maar er staat nergens dat je aan hun gezicht kan zien dat ze zich beter inleven

4.   De proefpersonen kregen willekeurige teksten te lezen.
o   Nee. Een deel vrijwilligers las Tsjechov en de andere mensen minder literaire statuur. Het gaat hier dus niet om willekeurige teksten.

5.   In literaire fictie komen mensen met een meer ingewikkeld karakter voor
o   Ja. De onderzoekers denken dat dit komt doordat literaire fictie gelaagde karakters beschrijft

6.   In literaire fictie gedragen de personen zich onvoorspelbaar
o   Ja. Bij populaire fictie is dit volgens de onderzoekers minder het geval, omdat de hoofdpersonen zich een stuk voorspelbaarder gedragen

7.   Het was al bekend dat lezers van literatuur een groter empathisch vermogen hadden
o   Nee. Dit is het eerste onderzoek dat een direct causaal verband tussen literatuur en empathisch vermogen aantoont

8.   Dit Amerikaanse onderzoek vertelt niets nieuws
o   Nee. Dit is het eerste onderzoek dat een direct causaal verband tussen literatuur en empathisch vermogen aantoont

9.   Het is zeker dat empathische mensen meer literatuur lezen
o   Nee. Hierbij bleef echter onduidelijk of dit door de boeken zelf kwam, of doordat empathische mensen simpelweg meer literatuur lezen.

10.               Het is hard nodig dat de waarde van literatuur wordt aangetoond
o   Ja. De wetenschappers hopen met dit onderzoek de educatieve en maatschappelijke waarde van literatuuronderwijs aan te tonen. Dit vinden zij hard nodig

11.               Een blijvend effect van het lezen van literatuur is niet aangetoond
o   Ja. In de tekst staat dit: ‘Wat zijn de langetermijneffecten van literatuur lezen? Was het inlevingsvermogen een week of maand na het lezen nog net zo goed? Dat blijft onduidelijk.’
o
12.               Alleen literatuur vergroot het empathische vermogen van de mens
o   Nee. Hij is enthousiast over het onderzoek, maar plaatst toch enkele kanttekeningen

13.               De beschrijving van de gelaagde karakters is het kenmerk van literatuur dat de empathische vermogens versterkt
o   Nee. Ook blijft het raadselachtig welke specifieke eigenschappen van literatuur het inlevingsvermogen stimuleren.


Extra opdracht 3

Beste directie van het Vechtstede College,

Mijn naam is Paulien Lous en ik zit momenteel in 4 VWO.

Ikzelf ben een groot liefhebber van literatuur en ik vind het dan ook erg jammer dat er zo weinig tijd en aandacht aan literatuur wordt besteedt tijdens de lessen. Ik zou graag zien dat leerlingen weer gemotiveerd worden om te lezen.

Pas ben ik een onderzoek tegen gekomen, wat gaat over literatuur. Ik was erg onder de indruk. Het onderzoek zegt dat het lezen van literatuur het empathisch vermogen verbeterd en verbreed. Ook wordt er vermeld dat het romans lezen daalt als vrijetijdsbesteding.  

Door het lezen van literatuur leer je om vanuit een andere manier te denken en te redeneren. Het lezen van literatuur voor leerlingen heeft dus alleen maar positieve effecten. Mijn voorstel of eigenlijk verzoek is of jullie als school zijnde hier verandering in zouden kunnen maken. Is het mogelijk dat jullie ervoor zorgen dat hier meer aandacht aan gegeven wordt en dat de leerlingen gestimuleerd worden? Ik zou graag mijn visie willen doorgeven over hoe leuk het wel niet is om boeken te lezen.

Ik hoor graag een positief antwoord van u.

Met vriendelijke groet,

Paulien Lous


Extra opdracht 4

Beste directie van het Vechtstede College,

Mijn naam is Paulien Lous en ik zit momenteel in 4 VWO.

De reden dat ik u een brief schrijf is omdat ik erg van culturele uitingen hou, zoals muziek, film en toneel. Ik vind het zelf niet erg om literatuur te lezen, maar het is niet mijn favoriete onderdeel en daarom zou ik hier graag iets verandering in willen brengen. Naar mijn mening wordt er te veel aandacht aan literatuur besteedt, maar te weinig aan andere culturele uitingen.

Ikzelf vind het leuker om naar muziek te luisteren, een film te kijken of naar een voorstelling te gaan en ik ben vast niet de enige. Veel leerlingen in mijn leeftijdscategorie doen liever iets anders dan het lezen van boeken en daarom denk ik ook dat het niet veel zin heeft om ze verplicht literaire boeken te laten lezen, dat motiveert niet. Echter, de jeugd luistert bijvoorbeeld veel naar muziek van verschillende culturen.

Mijn voorstel is om hier meer aandacht aan te besteden, zodat ook leerlingen die niet zo leesgierig zijn een kans krijgen om ook, zonder 'verplichting', in aanraking te komen met literatuur en cultuur. Wanneer het leerlingen interesseert, wek je namelijk ook niet het gevoel op dat het verplicht moet.

Ik geloof erin, dat als er meer variatie is met het in aanmerking komen van literatuur en cultuur, dat leerlingen een stuk meer gemotiveerd raken en dat ze er veel meer van opsteken.

Ik hoor graag een positief antwoord van u.

Met vriendelijke groet,

Paulien Lous